Verhuisdatum onbekend
We hebben het huurcontract ondertekend. Morgen brengen we het naar de huiseigenaresse en tekenen daar de andere twee exemplaren. Zij brengt ze naar het lokale belastingkantoor. Zowel wij als de verhuurster krijgen een exemplaar, vast voorzien van één of meerdere fraaie stempels. Nu onze spullen nog. De Nederlandse verhuizer heeft ons per mail laten weten dat wij zelf contact op moeten nemen voor de definitieve verhuisdatum. De spullen komen op 2 juli met de Mirian Borchard in Piraeus aan en worden waarschijnlijk op 3 juli vrijgegeven door de douane. Wij willen onze inboedel graag zo snel mogelijk daarna hebben. Een telefoontje naar de verhuizer hier levert niets op. De naam Harfst is bij hen onbekend. “Of ons schip al was aangekomen”. Nee, dat vertrekt pas zaterdag uit Rotterdam. Dan maar naar Hoofddorp bellen. “Tuurlijk weet de lokale verhuizer nog van niets. Die wordt op de hoogte gesteld via de vrachtbrieven, als het schip uit Nederland vertrokken is”. Het ziet er naar uit dat poes Lot op 12 of 13 juli met haar beide tijdelijke baasjes arriveert. Maar hopen dat er tegen die tijd ook al wat meubels in huis staan.
To fagitó
De néfos (smog) hangt vandaag als een warme, vuile deken over de stad. Rustig aan doen dus. We werken de website bij, beantwoorden en versturen wat mail en gaan dan bij Soula langs. Ze woont om de hoek bij ons favoriete internetcafé (snel, schoon, airco, met een beetje mazzel wordt er niet al teveel gerookt en ze zetten er een prima bak koffie). Om de hoek, maar vervolgens wel een stevige trap omhoog. Onder aan de trap staat de ‘Agias Glykerias’. Soula woont op de hoogte van de kerkklokken. Heerlijk dat je hier standaard meteen een glas water krijgt bij binnenkomst. Soula heeft vriendin Loula op bezoek. Ze kijkt even de kat uit de boom, maar als duidelijk is dat we Grieks hebben geleerd van zoon Lorán, dat ik eerder in de bloedhitte met Soula naar de dokter ben gegaan én we dicht bij komen te wonen, worden we aan de boezem gesloten.
Soula noemt ons ‘haar kinderen’. Dus hoe noemen wij haar dan? Ik vraag of we haar yiayiá mogen noemen. Ik ben sinds mijn derde omaloos opgegroeid – hoewel mijn moeder altijd talloze, waaronder enkele geslaagde pogingen heeft ondernomen tot het vinden van surrogaat-oma’s – en vind het heerlijk om op mijn veertigste weer een oma te hebben. Yiayia is prima. We eten in de keuken wat van de door de vriendin meegebrachte aubergineschotel. Af er toe komt er een kreet vanuit de woonkamer. “Snij gerust nog meer brood.” Hebben we genoeg water?”
Het is duidelijk dat Loula Soula straks niet met een gerust hart achterlaat als zij naar haar huis net buiten Athene vertrekt. Ze is blij met onze toezegging dat wij zo twee keer per week bij onze oude oma op bezoek zullen gaan.
’s Avonds genieten we tijdens een lichte maaltijd van koude courgettetaart, salade en gebakken aardappeltjes met oregano en citroensap van het uitzicht over de stad. De wind heeft de smog én de hitte verjaagd. Ik verheug me op de vele zwoele zomeravonden die zullen volgen.








