Laurien bracht afgelopen een bliksembezoek aan Nederland. Wat valt op als je een maand of zes weg bent geweest?

  


Buurman

De dag dat ik arriveer is het weer Hollandser dan Hollands. Het waait, het is grijs en het giet. Het vliegtuig heeft vertraging, de trein naar Goes ook, ik mis de bus. Daar sta je dan in de stromende regen te wachten op de taxi die je moeder voor je gebeld heeft. Geen taxi. Ik snak stante pede naar de Atheense zon en de stralend gele taxi’s. Gelukkig hebben mijn ouders geweldige buren. Bij gebrek aan taxi’s haalt de buurman mij af. Halverwege zijn boodschappenlijstje heeft hij zijn spullen afgerekend en is meteen naar het station gereden. Zo goed als droog en alsnog opgewekt arriveer ik bij mijn ouders.

 

Seniorenmobieltje

Mijn ouders zijn toe aan een nieuw mobieltje. We worden in de telefoonwinkel keurig verwezen naar de concurrent aan de overkant. Die verkoopt inderdaad een model dat inspeelt op de wensen van bellers op leeftijd. De verkoopster is blijkbaar niet gewend aan die klantenkring en gaat mij uitleggen hoe mevrouw hem kan gebruiken. Mijn moeder kan dan wel senior zijn, van dat soort gedrag is ze niet gediend. “Wilt u tegen mij praten, alstublieft. Ik moet die mobiel gaan gebruiken.”

Thuisgekomen voorzie ik het telefoonboek van een aantal nummers en leg Ma uit hoe ze kan sms-en. Dan wordt het tijd om de voicemail in te spreken. De ‘dame van de voicemail’  verzoekt mijn moeder een persoonlijke boodschap in te spreken en af te sluiten met het hekje. Nu, persoonlijker kan het niet. Als ik mijn moeder bel en ze neemt niet op, hoor ik: “Anja van den Hoven, afsluiten met ’t hekje.”

En nee, ik heb natuurlijk géén idee hoe een nieuwe boodschap in te spreken.

 

Dicht is open

Maandagmiddag, De Pijp. Voor mijn rijtje Amsterdamse afspraken heb ik even tijd om de nodige kruiden te halen. Omdat ik weet dat mijn ‘eigen’ toko dicht is op maandagmiddag, stiefel ik Toko Ramee binnen op het Picopleintje. Op zijn “we zijn dicht mevrouw” kijk ik de winkeleigenaar waarschijnlijk zo beteuterd aan, dat hij meteen vraagt waar hij me mee van dienst kan zijn. Ik leg hem uit dat ik veel kan krijgen in Athene, maar nog geen winkeltje ontdekt heb waar ik laos en djinten kan kopen. Vijf minuten en een praatje verder over de voordelen van wonen aan de Middellandse Zee, stap ik met mijn kruiden weer naar buiten. De Ferdinand Bol ligt voor het eerst sinds jaren weer dicht. Dicht is open. Ik was vergeten hoe breed de straat is.

 

De dwaasheid van de democratie

Als je in Griekenland de verkiezingen wint, krijg je als partij de meerderheid in het parlement en vorm je de regering. Óók als je niet de meerderheid van de stemmen hebt behaald. Als je gewend bent aan het Nederlandse coalitiemodel, moet je wel even wennen aan deze invulling van de stembusuitslag. Als je echter het Nederlandse getob ziet om een nieuwe regering te vormen, heeft het zo zijn voordelen. Dan zijn er misschien wat meer mensen die vóór de partij stemmen waar ze voor staan en niet omdat ze tegen een andere partij zijn.

Nu is de SP al afgevallen, zijn er binnen de PvdA voorstanders van een hagelslagcoalitie van PvdA, GL, SP, D66, Christenunie en de PvdD – zes partijen, dat kan ik hier toch echt niet uitleggen -, en verklaart mijn favoriete VVD-er van Baalen dat de linkse dwaasheid niet langer dan een jaar zal duren. Ieder volk krijgt de regering die ze verdiend, is geen onbekend gezegde. Maar blijkbaar krijgen ook politici de stemmers die hen toekomen.

 

Koffers tellen

Ooit wel eens een paar volwassen kerels koffers zien tellen? Sinds vandaag ben ik die ervaring rijker. De keurig ingeladen bagage voor de vlucht van Olympic Airways van Amsterdam naar Athene wordt even netjes weer uitgeladen. De koffers worden van de bagagekarren getild en in een lange rij op het vliegveldbeton opgesteld. Daarna begint het tellen. Eén keer, twee keer, zes keer. Heen en weer. Door twee personen, door drie. En een discussie in de trant van: “53 koffers.” Volgens mij zijn het er 52.” “Ik heb er 54.” Of alle passagiers zo vriendelijk willen zijn om via de achterdeur het vliegtuig te verlaten, de eigen koffer aan te wijzen en via de voorkant weer naar binnen. In het gangpad mompelt een man voor me dat hij nog helemaal niet wakker is, want hij heeft helemaal geen bagage, en gaat weer zitten. De rest van de passagiers maakt opgewekt een rondje onder het mom ‘een beetje beweging is best prettig’. Vanuit mijn vliegtuigraampje eerste rang zie ik geen eenzame, onaangewezen koffer(s) staan. Toch maar een koffer-tel-cursus voor de heren?