We zijn vorige week zondag Parnitha op geweest om de schade van de brand op te nemen. Het rare is dat als je op het ergste bent voorbereid, het toch weer altijd een beetje meevalt. Maar meer dan een klein beetje is het ook niet.

 

 

De weg de berg op zit vol met haarspeldbochten. Achter iedere bocht verwachten we een ravage aan te treffen, maar de hele voorkant van de berg is het nog gewoon groen. De bocht die ons verder het nationale park inbrengt, onthult de ellende: ineens is alles zwartgeblakerd, grijs, kleurloos. Het erosie probleem is al meteen zichtbaar. Op sommige plekken is de hele toplaag verbrand en we zien meteen de - ook zwart geblakerde - rotsen.

De brand is bijna tot aan het casino gekomen - dat afschuwelijke karbonkel heeft de brand (helaas) overleefd. Zouden ze bij de evacuatie van personeel en bezoekers ook de kluis leeg hebben gehaald of niet?

De berg lijkt kleiner nu hij genadeloos aan het oog wordt blootgesteld. We zien de plooien en de paden waarnaar we altijd maar naar konden gissen. De gebouwen bovenop - het casino, de zendmast en militaire radarpost - zijn er alleen maar groter op geworden en domineren nu het uitzicht.

We rijden verder door in de richting van ons favoriete stekje. Bij Agia Triada is het leegstaande hotel gedeeltelijk verbrand. Het naastgelegen kerkje is er nog, net als de kiosk er tegenover. We rijden door een corridor van verschroeide bomen, verder tegen de heuvels op is alles verbrand. En dan zitten we in het groen. Iedere bocht die we nemen verwachten we weer geconfronteerd te worden met as, maar het blijft groen tot aan onze geliefde picknick stek. Zo ver ons oog reikt, is alles groen aan deze kant van de heuvel.

 

We zijn niet de enige die in het kerkje een kaarsje aansteken voor het lot van de berg – en uit dankbaarheid dat dit in ieder geval bewaard is gebleven.

 

 

Een weg die normaal gesloten is, is nu open voor de patrouillerende boswacht en brandweer. We besluiten hem een stukje op te rijden. Vijf minuten later ontrolt zich de omvang van de bosbrand. We zien de uitgestrekte kale hellingen, waar het vuur genadeloos over heen is geraasd.

De nieuwe bosbranden – dagelijks rond de honderd! - domineren het nieuws, maar ook Parnitha haalt nog bijna dagelijks de headlines. Onze krant heeft aangekondigd milieu als speerpunt op de agenda te houden en er wordt bij het leven actiegevoerd voor herbebossing. Er wordt geroepen om een milieuminister. Die combineert dat nu met grondzaken en openbare werken en het is duidelijk dat zijn hart meer ligt bij het doorknippen van een lintje voor een nieuw stuk weg, dan voor het planten van een boom! Hij heeft aangekondigd dat de erosiemaatregelen eind september, voor de eerste regen, af moeten zijn. Vorig jaar viel die begin september, maar een kniesoor die daar op let.

Onze hoop dat de ramp op Parnitha zou leiden tot een omslag in het milieubewustzijn van de dominante politieke partijen, hebben we al weer laten varen. De ND, de regerende liberale partij, verkondigt overal dat de sociaaldemocraten van PASOK achter de brandstichtingen zitten. En PASOK, met Papandreou bijna dagelijks meelijkwekkend pozend bij een verbrande boom, laat niet na om het land keer op keer te wijzen op de nalatigheid van de regering.

Politiek gewin is duidelijk belangrijker dan het daadwerkelijk constructief werken aan behoud van de bossen in dit land. In het najaar zijn er verkiezingen. En aangezien boeiend onderzoek van onze krant, de Kathimerini, heeft uitgewezen dat de grote bosbranden altijd voor landelijke verkiezingen plaatsvinden, belooft het een lange hete zomer te worden.

Eerdere berichten over de brand zijn verschenen op 28 en 29 juni en 11 juli.