"Death toll rises above 60 as Greece goes up in flames" kopte vanochtend de Engelstalige versie van Kathimerini. Dit is overdreven. Kijk maar naar deze NASA-foto van afgelopen zaterdag.
(klik op het kaartje voor een vergroting)
Toch voelt het wel zo. Het is alsof het hart uit dit land vandaan gebrand wordt.
Zelf waren we in Jordanië toen we de berichten over de branden in de internationale pers zagen. Toen we elf dagen geleden vertrokken brandde Mount Pendeli, één van de drie grote bergen die om de stad liggen. Bij het inpakken voor de reis zagen we ineens dat het licht oranje werd. Een inmiddels maar al te vertrouwd teken dat er een grote brand in de buurt is. Eerst dachten we dat Mount Imitou weer brandde. Deze zomer was daar al een paar keer brand gesticht. De laatste keer moest een deel van de ringweg afgezet worden omdat het vuur daar overheen wilde. Maar in de metro, op weg naar het vliegveld, zagen we dat Pendeli brandde. Hoe erg het was zagen we pas 's avonds in Amman, toen beelden op BBCWorld Service lieten zien hoe mensen voor een muur van vuur moesten vluchten. Angstaanjagende beelden en zelfs enkele huizen werden verwoest. Gelukkig was de brand na enkele uren onder controle. Uit de verslagen van o.a. een van de burgemeesters van de gemeente die getroffen waren bleek dat het uren geduurd had voordat er blusvliegtuigen ingezet werden en ook de brandweer was zeer traag geweest in haar reactie. "Ik liep te gillen in de telefoon", zei een van de burgemeesters, "dat ze met vliegtuigen moesten komen." Het antwoord van de regering was later dat er te veel wind en rook (!) was. Dit was en voorproefje van nog veel erger naar nu blijkt.
Toen de omvang van de huidige catastrofe zich begon af te tekenen werd het gevoel heel sterk dat we veel te ver weg zaten. Wij daar in Jordanië terwijl ons land in de brand stond. Toch ga je gewoon door met je trip. Zondagmiddag vlogen we naar huis.
Een vliegtuig vol met Grieken en Arabieren. Hoe dichter we bij Griekenland kwamen des te stiller werden de Grieken. De Arabieren keuvelden rustig door, maar geheel tegen de aard van het beestje vielen de Griekse stemmen stil in het vliegtuig. Zelf zaten we ook door het raam te speuren. De eerste eilanden van de Dodecanesos. Geen rook. Daarna Amorgos, Naxos, Santorini in de verte, Paros enzovoort. Steeds geen rook. Maar boven Syros viel op dat we nog steeds aan de horizon de bergen van de Peleponnesos niet zagen. Deze bleven onzichtbaar. Ook toen we de landing inzetten. Het was zonnig bij de landing. De snelweg naar de stad was open. De dag daarvoor was ze nog afgesloten voor het verkeer vanwege een brand. Imitou brandde niet meer en zelfs de rook van Evvia was niet heel duidlijk waarneembaar.
Het was een heel vreemd thuis komen. 'Unheimisch' is misschien het beste woord. Thuis was het licht gedempt door de hoge rook. Het balkon lag vol met as, die ook als sneeuw uit de hemel kwam dwarrelen. De poes was grijs. Lotje had kennelijk de afgelopen dagen lekker veel op het balkon geslapen. In die as natuurlijk. Maar er was een hittegolf geweest, dus zal het de minste van twee kwaden voor haar zijn geweest.
Na het uitpakken zijn we voor de TV gaan zitten. Alle zenders hadden maar een programma: brand. Een paar uur hebben we zitten kijken. Beeld na beeld. Bijna allemaal plekken waar we wel eens geweest zijn. Steeds weer dezelfde soort beelden: mensen in wanhoop, mensen die blussen, vliegtuigen die water droppen. En steeds weer torenhoge vlammen. Het aantal slachtoffers liep onder in beeld voorbij en steeg af en toe.
Het bericht dat de site en het museum van Olympia direct bedreigd werden kwam als een schok. Het is een magisch oord. In het voorjaar staan de bomen vol in bloesem tussen de archeologische resten. En in de zomer kan het er geweldig heet zijn, zodat je telkens weer onder de bomen vlucht om even bij te komen van de hitte. En het museum natuurlijk. Prachtige collectie. Dat alles echt bedreigd door brand? Al snel kwamen de eerst beelden die dit bevestigden. Brandweerlieden die vanuit de tuin om het museum aan het blussen waren. Langzaam kwamen ook de meldingen van het materieel dat ingezet werd voor de redding van de opgraving en het museum. Er werd gesproken van 3 blusvliegtuigen, bluswagens en een blus-panzerwagen werden ingezet. En natuurlijk veel brandweerlieden. Meteen schoot mij door het hoofd: "Die werden dus weggehaald bij de dorpen, waar mensen in de val zitten." Een vreemd gevoel maakte zich van me meester. Waarom deze keuze? Ok, het zou afschuwelijk zijn wanneer Olympia in vlammen op zou gaan. Maar om daarvoor mogelijk mensen die in levensgevaar waren aan hun lot over te laten?
Vanochtend las ik dat ik niet de enige was. Veel mensen hier zijn boos. Boos dat deze keuze is gemaakt. Maar dat is maar een klein deel van de boosheid. Ook in de Nederlandse pers wordt die boosheid vandaag beschreven. Vanuit hier gezien komt die boosheid op oa de volgende vragen neer:
-
Hoe kan in drie jaar tijd (sinds de Olympische Spelen 2004) het niveau van de brandweer en aanverwante diensten zo ver zijn weggezakt?
-
Waarom krijgen brandweerlieden en vooral de vrijwilligers niet het materieel en de beschermde kleding die ze nodig hebben?
-
Waarom werd de regering, na een lange zomer van enorme bosbranden en twee grote hittegolven opnieuw verrast door de derde hittegolf met harde wind en de onvermijdelijke branden?
-
Waarom is er tot nu toe nog steeds geen schijn van begin met het aanpakken van de onderliggende oorzaken van deze enorme bosbranden? Nog altijd worden er vergunning afgegeven om te bouwen op brandgrond. Steeds weer worden er legalisatiewetjes ingediend voor illegale bebouwing. Er is nog steeds geen begin gemaakt met een kadaster. De Forest Rangers zijn de afgelopen jaren als organisatie uitgekleed. De brandbestrijding is van hen overgedragen aan de brandweer en de organisatie kampt met 2000 vacatures die niet vervuld worden. Wel tuigde de regering deze maand een nieuwe organisatie op. De Veldwachters, die in 1993 opgeheven waren omdat de organisatie een politieke banenmachine was geworden. De mensen uit 1993, niet toevallig juist veel aanhangers van de regeringspartij, werden weer aangenomen. Geld werd er echter niet in gestoken. De mensen dragen Luchtmachtuniformen en moeten in hun eigen auto patrouilleren en met hun eigen GSM communiseren. En dat alles terwijl er een organisatie is die goed getraind is en 2000 mensen te kort komt.
Het zijn maar een paar vragen. Toen op zaterdag de kranten in de kiosken hingen schreeuwden de koppen de ramp uit. Dramatische foto's en chocolade letters. Maar een kolom daarnaast stond een bericht hoe kabinetsleden door het land trokken om links en rechts grote bedragen toe te zeggen aan belangengroepen die hun welgezind zijn, zoals de kerk. Grieken zijn fanatieke krantenlezers en dit soort tegenstellingen ontgaat ze niet. Ook ontging het ze niet dat Karamanlis zaterdag op een crisisbijeenkomst, na het uitroepen van de staat van beleg, verscheen in een bomber jacket a la Bush... Net zo min als het veel Grieken is ontgaan dat hij suggereerde dat de brandstichters misschien wel politiek motieven hadden. Zijn minister van nationale veiligheid sprak direct daarop van een "asymetrische vijand". Exact de woorden waarmee Bush het terrorisme beschreef. De campagne voor de verkiezingen van 16 september zijn officieel stopgezet, maar kennelijk wordt er met meer dan een schuin oog toch maar even op gelet dat er wat punten te scoren zijn.
En intussen gaan we nu de vierde nacht in. Het rook net weer naar brand. Meteen vraag je je dan af waar die vandaan komt. De wind komt in Athene op dit moment uit het westen. Het zal toch niet weer Parnita zijn?
In de stad zitten wij relatief veilig. We wonen een redelijk stuk van de rand. Een vriendin van ons melde zich vanochtend echter wel via Google Messenger of ik even uit kon zoeken hoe het stond met een gemelde brand vlak bij waar haar huis stond. Imitou brandde weer eens en natuurlijk keurig aansluitend aan de plekken waar de vorige twee keer branden woedden. Kennelijk moest er toch nog een stukje meer 'schoon'. Gelukkig was deze brand snel onder controle. Dat is het voordeel van in Athene wonen. 4 Miljoen kiezers, meer dan een derde van alle inwoners, en heel veel kiesdistricten en lokale parlementariërs. Je kunt er van overtuigd zijn dat de regering er alles aan zal doen om hier geen slachtoffer te laten vallen. En toch, zelfs daar slaagt ze nauwelijks in.
Zo wordt het toch nog een politiek verhaal. Een regering die een dikke voorsprong had en verkiezingen uitschrijft. Alles lijkt goed te gaan. Ze zouden op hun sloffen winnen. Ok een paar schandalen, maar de economie en werkgelegenheid groeien. Dan verliest geen regering. Maar vanaf de brandt op Mount Parnita is er een verschuiving gaande. Ineens worden zwakke plekken duidelijk.
Ook vannacht zullen weer dorpen in vlammen op gaan. Misschien weer slachtoffers vallen. Bij daglicht zullen de vliegtuigen en helicopters weer de lucht in gaan. Het is te hopen dat de branden dan niet weer zo zijn aangewakkerd dat blussen bijna onbegonnen werk lijkt. Ook nu zullen er weer veel mensen zijn die liever bij hun huizen blijven dan zich in veiligheid brengen. Voor veel Grieken is het familiehuis op het land, met een boomgaard, wat landbouwgrond en wat vee, de basis waarop hun bestaanszekerheid rust. Het is de plek waar je je geld in steekt en waar je naar toe gaat, niet alleen tijdens feestdagen, maar ook wanneer je met pensioen gaat of zelfs wanneer je werkeloos wordt. Dit in vlammen op te zien gaan is onvoorstelbaar. Daarom blijven mensen.
Wij blijven in de stad. Kijken tv of speuren over het internet. Laurien is weer aan het werk en ik ruim de restanten van de vakantie op. Bij die restanten horen ook ruim 800 foto's uit Jordanië die gesorteerd, geselecteerd en soms bewerkt moeten worden. Maar het lijkt al zo ver weg en triviaal.
